dinsdag 7 januari 2014

Tussentaal rukt op in Vlaanderen

 
 
In tachtig procent van de Vlaamse gezinnen is ‘tussentaal’ de gangbare spreektaal. Maar ook op het werk rukt het Verkavelingsvlaams op. 
 
De alomtegenwoordigheid van de tussentaal is een van de opvallendste vaststellingen van de Grote Taalpeiling, een onderzoek waarin De Standaard, Radio 1 en de Nederlandse Taalunie peilden naar de houding van de Vlamingen tegenover tussentaal, dialect en het gebruik van vreemde woorden in het Nederlands.
Tussentaal wordt het vaakst gebruikt in de familiale en informele sfeer, leert de peiling. Maar ook daarbuiten verspreidt het zogenaamde ‘Verkavelingsvlaams’ zich steeds meer. Zestig procent van de Vlamingen zegt ook op het werk met de collega’s vaak of altijd tussentaal te spreken, en één op drie gebruikt het zelfs vaak met zijn baas.
De Vlaming wil nog steeds niet massaal aan het ‘jijen’ en ‘jouwen’: de ‘gij-vorm’ houdt stevig stand. 78 procent van de deelnemers aan de enquête zegt ‘gij’ tegen zijn of haar partner, 59 procent gebruikt het ook tegenover collega’s.
Ook het dialect blijft populair in Vlaanderen. Bijna 90 procent zou het erg vinden als het dialect van zijn of haar streek zou verdwijnen. Maar het gebruik van het dialect beperkt zich, veel meer dan dat van de tussentaal, tot de familie en de vriendenkring.

Dit artikel gaat over het gebruik van tussentaal en dialecten. Tussentaal wordt vaker gebruikt dan AN. Zelf gebruik ik ongeveer altijd tussentaal, enkel niet bij spreekopdrachten op school. Ikzelf spreek niet echt dialect, maar veel mensen die ik ken spreken wel een dialect, maar dat doen ze enkel in de familie en vriendenkring. Dit artikel heb ik gekozen omdat het mij opviel dat er weinig AN wordt gesproken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten